Naar de inhoud
VME Wijzer
Gebouw, vergunningen en risico'sUitlegBelgiëLeestijd 5 minuten

Aanpassingen aan AREI voor gelijkstroominstallaties: wat mede-eigenaars en syndici moeten weten

|

Sinds 1 april 2026 bevat het AREI uitgebreidere regels voor gelijkstroom. VME's moeten vooral hun ontwerp, schema's, beveiliging en keuring goed organiseren.

Wat veranderde op 1 april 2026?

Het koninklijk besluit van 6 oktober 2025 wijzigde delen van Boeken 1 en 2 van het Algemeen Reglement op de elektrische installaties, kortweg AREI. De tekst werd op 29 oktober 2025 gepubliceerd en trad op 1 april 2026 in werking. Het gaat dus niet om een vrijblijvende technische aanbeveling. De geconsolideerde AREI-regels zijn het wettelijke veiligheidskader voor elektrische installaties waarop zij van toepassing zijn.

De herziening maakt het kader voor gelijkstroom duidelijker. Ze beschrijft onder meer geaarde netsystemen in gelijkstroom, nieuwe aanduidingen voor actieve en beschermingsgeleiders, begrippen voor DC-DC-, AC-DC- en DC-AC-omvormers en aangepaste regels rond overstroom en differentieelbeveiliging. De precieze technische oplossing blijft afhangen van het ontworpen systeem. Een VME kan dus niet volstaan met één algemene checklist voor elke batterij of laadinstallatie.

Waarom gelijkstroom steeds vaker in appartementsgebouwen zit

Veel klassieke gebouwinstallaties worden via wisselstroom gevoed, maar hedendaagse energietechniek bevat bijna altijd gelijkstroomcomponenten. Zonnepanelen produceren gelijkstroom voordat een omvormer die omzet. Een batterij slaat energie in gelijkstroom op. Laadinfrastructuur, noodvoeding, toegangscontrole en bepaalde lift- of ventilatiesturingen kunnen eveneens een DC-gedeelte hebben. Het risico zit niet alleen in één toestel, maar ook in de koppeling tussen panelen, batterij, omvormer, verdeelborden en bekabeling.

Voor de VME zijn vooral de collectieve installaties relevant: zonnepanelen op het gemeenschappelijke dak, een batterij in een technische ruimte, laadpunten op de parking, kabeltracés door de kelder, omvormers in een berging en voedingen voor lift of brandveiligheid. Een installatie in een privatieve garage kan bovendien gevolgen hebben voor gemeenschappelijke leidingen, capaciteit of brandcompartimentering. De basisakte en het reglement bepalen of een onderdeel privatief of gemeenschappelijk is; de elektrische veiligheidseisen gelden los van die kostenverdeling.

Begin met een volledig technisch dossier

Laat vóór de offertefase de bestaande situatie inventariseren. Welke aansluiting en verdeelborden zijn er? Welke aardings- en netsystemen worden gebruikt? Waar lopen gemeenschappelijke leidingen? Welke selectiviteit en beveiliging zijn aanwezig? Is er een actueel eendraadschema en situatieplan? Een leverancier die alleen zijn eigen toestel bekijkt, mist mogelijk de interactie met de rest van het gebouw.

Vraag in het bestek om een ontwerp dat naar de actuele AREI-versie verwijst en zowel het AC- als DC-gedeelte afbakent. Leg vast wie de schema's actualiseert, welke waarschuwingen en markeringen worden aangebracht, hoe veilig kan worden uitgeschakeld en welke informatie de hulpdiensten of onderhoudstechnici nodig hebben. Vermijd merkspecifieke beloften zoals `AREI-conform` zonder onderbouwde ontwerpnota en keuringsverslag.

Beveiliging is meer dan een zekering plaatsen

Gelijkstroom gedraagt zich bij schakelen en foutstromen anders dan wisselstroom. Daarom moeten beveiligingstoestellen geschikt zijn voor het stroomtype, de spanning, de mogelijke kortsluitstroom en de gekozen netconfiguratie. Ook de onderbrekingsvolgorde, polariteit, bescherming tegen elektrische schokken en thermische effecten moeten in samenhang worden ontworpen. Gebruik geen AC-component in een DC-stroombaan tenzij de fabrikant en het ontwerp dat uitdrukkelijk toelaten.

Bij laadpunten en omvormers kan gelijkstroom bovendien invloed hebben op de keuze en werking van differentieelbeveiliging. Het AREI onderscheidt gevoeligheden voor wisselstroom, gelijkstroom met rimpel en gelijkstroom zonder rimpel. Welke beveiliging nodig is, moet de ontwerper bepalen op basis van het volledige systeem en de documentatie van de fabrikant. De algemene vergadering beslist over investering en budget, maar hoort de technische dimensionering niet zelf te improviseren.

Keuring vóór ingebruikname en na belangrijke wijziging

Nieuwe installaties en belangrijke wijzigingen of uitbreidingen moeten, wanneer Boek 1 dat voorschrijft, vóór ingebruikname een gelijkvormigheidscontrole door een erkend controleorganisme krijgen. Bespreek vooraf met het organisme hoe het project wordt afgebakend en welke documenten nodig zijn. Een keuring op het einde vervangt geen degelijk ontwerp: als kabels, beveiligingen of bereikbaarheid fout gekozen zijn, wordt herstellen na uitvoering duur.

Bewaar het verslag samen met schema's, plannen, datasheets, instellingen, attesten en onderhoudsinstructies in het technische VME-dossier. Noteer welke gebreken zijn vastgesteld en tegen wanneer ze zijn opgelost. Laat de syndicus niet onder druk tekenen dat een installatie volledig conform is wanneer alleen de aannemer dat mondeling beweert. Het keuringsverslag en de eventuele hercontrole zijn de relevante bewijsstukken.

Beheer de installatie ook na de oplevering

Conformiteit op de dag van oplevering is geen garantie voor de volledige levensduur. Omvormers krijgen software-updates, batterijen verouderen, laadpunten worden uitgebreid en instellingen veranderen. Leg vast welke partij preventief onderhoud doet, wie foutmeldingen ontvangt en welke wijziging eerst door ontwerper of controleorganisme moet worden beoordeeld. Werk schema's onmiddellijk bij wanneer een stroombaan, beveiliging of toestel verandert. Een map met alleen het oorspronkelijke keuringsverslag geeft onderhoudstechnici jaren later een vals gevoel van zekerheid.

Voorzie ook een veilige procedure bij incidenten. Bewoners hoeven geen elektrische diagnose te stellen, maar moeten weten wie ze bellen bij rook, brandgeur, beschadigde kabels, water in een technische ruimte of een laadpunt dat abnormaal warm wordt. Alleen bevoegde personen openen borden of schakelen DC-delen. Plaats begrijpelijke contactinformatie bij de technische toegang en houd die actueel bij een wissel van syndicus, onderhoudsfirma of energiedienstverlener.

Praktische aanpak voor de algemene vergadering

  • Laat een onafhankelijke voorstudie maken wanneer meerdere technieken gekoppeld worden.
  • Vraag offertes op dezelfde functionele eisen, zodat prijs en veiligheidsniveau vergelijkbaar zijn.
  • Voorzie in het budget ook studiekosten, keuring, aanpassing van schema's en periodiek onderhoud.
  • Maak afspraken over toegang tot technische ruimtes, nooduitschakeling en interventies.
  • Controleer of de blokpolis en de verzekeraar vooraf informatie over batterij of laadinfra verlangen.

Een VME hoeft de nieuwe DC-symbolen en formules niet zelf te beheersen. Zij moet wel aantoonbaar een bekwame ontwerper, installateur en erkend controleorganisme inschakelen en een volledig dossier eisen. Dat is de meest betrouwbare manier om de wettelijke actualisering om te zetten in een veilige installatie die ook jaren later nog onderhoudbaar is.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Sinds wanneer gelden de aangepaste AREI-regels voor gelijkstroom?
Het koninklijk besluit van 6 oktober 2025 trad op 1 april 2026 in werking. Gebruik bij nieuwe ontwerpen en relevante wijzigingen de actuele geconsolideerde tekst.
Moet een bestaande batterij-installatie van de VME meteen volledig worden vervangen?
Niet automatisch. Overgangs- en toepassingsregels hangen af van datum, aard van de installatie en latere wijzigingen. Laat het dossier en keuringsverslag beoordelen voordat u conclusies trekt.
Is een AREI-keuring nodig na uitbreiding van gemeenschappelijke zonnepanelen?
Een belangrijke wijziging of uitbreiding kan een gelijkvormigheidscontrole vóór ingebruikname vereisen. Stem de afbakening vooraf af met een erkend controleorganisme.
Wie bewaart de elektrische schema's van de gemeenschappelijke installatie?
De VME moet over haar technische dossier kunnen beschikken. De syndicus bewaart het doorgaans in uitvoering van zijn beheerstaak en draagt het volledig over aan een opvolger.
Mag een mede-eigenaar zelf een laadpunt op de gemeenschappelijke installatie aansluiten?
Niet zonder de vereiste toestemming, technisch ontwerp en veiligheidscontrole. Een laadpunt kan impact hebben op gemeenschappelijke capaciteit, kabelwegen, beveiliging en kostenverdeling.

Deel dit artikel

Vond je dit nuttig? Deel het met je VME, mede-eigenaars, vrienden of familie.

Gerelateerde artikelen