Minister Weyts wijst fiscale steun voor nieuwbouw af: gevolgen voor mede-eigenaars en VME's
Er is voorlopig geen bijkomende Vlaamse fiscale stimulans aangekondigd die nieuwbouw een extra voordeel geeft tegenover bestaande woningen. De aandacht blijft liggen op renovatie en energieprestatie. Voor bestaande VME's ligt de grootste hefboom dan ook niet bij nieuwbouwfiscaliteit, maar bij goed onderhoud, een realistisch reservekapitaal en tijdige renovatieplanning.
Wat ligt er precies op tafel?
Er is voorlopig geen bijkomende Vlaamse fiscale stimulans aangekondigd die nieuwbouwappartementen een extra voordeel geeft tegenover bestaande woningen. Dat betekent niet dat alle steun rond nieuwbouw verdwijnt. Sommige regelingen, zoals het verlaagd btw-tarief voor sloop en heropbouw onder bepaalde voorwaarden, bestaan op federaal niveau. Maar het signaal voor Vlaanderen is duidelijk: de aandacht blijft sterk liggen op renovatie, energieprestatie en de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad.
Voor VME's is dat belangrijk. De meeste verenigingen van mede-eigenaars beheren geen nieuwbouwproject dat nog moet worden verkocht, maar een bestaand gebouw dat onderhouden, aangepast en op termijn gerenoveerd moet worden. De vraag is dus niet alleen of nieuwbouw fiscaal aantrekkelijker wordt, maar vooral hoe bestaande appartementsgebouwen hun waarde, comfort en energieprestatie kunnen behouden.
Een mede-eigenaar in een bestaand gebouw heeft weinig aan discussies over fiscale steun voor nieuwe projecten als het dak, de gevel, de lift of de collectieve verwarming binnen enkele jaren aan vervanging toe is. Voor hem telt vooral of de VME voorbereid is.
Nieuwbouw en bestaande appartementen spelen niet in dezelfde realiteit
Nieuwbouwappartementen worden verkocht met nieuwe technieken, recente energieprestaties en een gebouw dat normaal gezien nog niet meteen grote onderhoudskosten vraagt. Bestaande appartementen hebben een andere dynamiek. Daar kijkt een koper niet alleen naar het privatieve appartement, maar ook naar de geschiedenis en de toekomst van het gebouw.
Hoe oud is het dak? Zijn er gevelwerken gepland? Is de lift recent gemoderniseerd? Hoeveel reservekapitaal is er? Zijn er achterstallen? Heeft de VME een duidelijk renovatieplan? Wat zeggen de notulen van de algemene vergadering?
Wanneer nieuwbouw geen bijkomende fiscale duw krijgt, kan dat bestaande appartementen relatief aantrekkelijk houden. Maar alleen als het gebouw goed beheerd wordt. Een bestaand appartement in een slecht voorbereide VME blijft kwetsbaar, zelfs wanneer nieuwbouw duurder is.
Renovatie wordt belangrijker dan fiscale vergelijking
Voor bestaande VME's ligt de belangrijkste hefboom niet bij nieuwbouwfiscaliteit, maar bij renovatie. Veel appartementsgebouwen moeten de komende jaren nadenken over dakisolatie, gevelrenovatie, ventilatie, collectieve verwarming, ramen, brandveiligheid, laadpunten, liften en technische installaties.
In Vlaanderen geldt sinds 1 januari 2023 een renovatieverplichting voor residentiële gebouwen, waaronder appartementen met EPC-label E of F die worden aangekocht. De nieuwe eigenaar moet binnen de voorziene termijn renoveren tot minstens label D of beter.
Bij appartementen is dat vaak complex. Een eigenaar kan sommige zaken privatief aanpakken, maar veel energetische verbeteringen raken aan gemeenschappelijke delen. Dak, gevel, collectieve verwarming, ventilatie of bepaalde ramen kunnen niet zomaar door één mede-eigenaar alleen worden beslist. De algemene vergadering moet dan mee aan zet. Daarom is een VME die vooruit plant sterker dan een VME die wacht tot individuele eigenaars onder druk komen te staan.
Premies helpen, maar vragen voorbereiding
Mijn VerbouwPremie blijft een belangrijk instrument voor renovatie en energiebesparende investeringen. De premie kan ook relevant zijn voor appartementen en appartementsgebouwen, afhankelijk van de werken, de aanvrager en de voorwaarden.
Toch mag een VME niet denken dat premies vanzelf het probleem oplossen. Premies vragen correcte facturen, technische voorwaarden, timing, bewijsstukken en soms een duidelijke verdeling tussen privatieve en gemeenschappelijke werken. Bovendien zijn premievoorwaarden niet voor elke eigenaar hetzelfde.
Voor werken aan gemeenschappelijke delen moet de algemene vergadering eerst beslissen. De syndicus moet nagaan welke werken mogelijk in aanmerking komen, welke documenten nodig zijn en hoe de aanvraag praktisch wordt georganiseerd. Bij grotere dossiers is het verstandig om dat vooraf te bespreken, niet pas wanneer de werken al gestart zijn. Een premie is nuttig, maar ze vervangt geen reservekapitaal en geen renovatieplanning.
Wat betekent dit voor de waarde van bestaande appartementen?
Een bestaand appartement kan aantrekkelijk blijven wanneer het gebouw goed onderhouden is en de VME haar dossiers op orde heeft. Kopers kijken steeds vaker naar energieprestatie, maandelijkse kosten, geplande werken en financiële gezondheid van de mede-eigendom.
Een appartement met een redelijke prijs maar een onduidelijk renovatiedossier kan voor kopers minder interessant zijn. Omgekeerd kan een ouder appartement in een goed beheerde VME vertrouwen geven wanneer er duidelijke notulen, een realistisch reservekapitaal en een haalbare meerjarenplanning zijn.
De afwezigheid van extra fiscale steun voor nieuwbouw maakt renovatie dus niet minder dringend. Integendeel: bestaande gebouwen moeten hun kwaliteit bewijzen via goed beheer, correcte documenten en doordachte investeringen. De kernvraag voor elke mede-eigenaar is eenvoudig: weten we als VME wat er de komende jaren op ons afkomt, of hopen we gewoon dat grote kosten nog even uitblijven? Dat verschil voel je uiteindelijk in de discussies op de algemene vergadering én in de waarde van het appartement.
De algemene vergadering moet renovatie concreet maken
De algemene vergadering is de plaats waar de VME keuzes maakt over onderhoud en renovatie. Wanneer het beleid meer nadruk legt op bestaande gebouwen, moet de algemene vergadering die rol ernstig nemen. Een goed renovatiedossier begint niet met de vraag "wat kost dit?", maar met een duidelijk overzicht:
- welke delen van het gebouw technisch verouderd zijn;
- wat privatief en wat gemeenschappelijk is;
- welke werken dringend zijn en welke gepland kunnen worden;
- welke meerderheid vereist is;
- welke premies of leningen mogelijk zijn;
- hoe de kosten verdeeld worden;
- of vergunningen, keuringen of attesten nodig zijn;
- wat uitstel kan betekenen.
Zonder die voorbereiding wordt elke renovatie een conflict over geld. Met die voorbereiding kan de VME beslissen op basis van feiten.
De syndicus heeft een sleutelrol
De syndicus beslist niet alleen over grote werken, maar hij moet de VME wel helpen om goed te beslissen. Dat betekent dat hij technische informatie verzamelt, offertes voorbereidt, premievoorwaarden laat onderzoeken, agendapunten correct formuleert en mede-eigenaars duidelijk informeert over de gevolgen van keuzes.
Een syndicus die enkel reageert op dringende problemen, zal een gebouw moeilijk door de renovatiegolf loodsen. Een syndicus die vooruitdenkt, kan dossiers spreiden, alternatieven vergelijken en de algemene vergadering tijdig laten beslissen.
Voor mede-eigenaars is het daarom belangrijk om niet alleen naar het ereloon van de syndicus te kijken. De kwaliteit van voorbereiding, communicatie en opvolging kan op termijn veel belangrijker zijn dan een klein verschil in jaarlijkse beheerskost.
Reservekapitaal wordt nog belangrijker
Renovatie van bestaande gebouwen kost geld. Zelfs met premies blijft er meestal een belangrijk bedrag over dat door de mede-eigenaars moet worden gedragen. Daarom is het reservekapitaal cruciaal.
Een VME zonder reserves komt sneller terecht in eenmalige hoge opvragingen. Dat kan leiden tot betalingsproblemen, uitstelgedrag en spanningen tussen mede-eigenaars. Een VME met een realistisch reservekapitaal kan grote werken beter spreiden en voorbereiden.
Het Burgerlijk Wetboek voorziet in principe in de aanleg van een reservekapitaal, tenzij de algemene vergadering met de vereiste meerderheid anders beslist. Juridisch kan afwijken dus mogelijk zijn, maar praktisch is het niet altijd verstandig. Wie de maandelijkse lasten kunstmatig laag houdt, schuift de rekening vaak gewoon door naar later.
Wat met nieuwbouwkopers?
Wie een nieuwbouwappartement overweegt, moet goed nagaan welke fiscale regels en btw-voorwaarden gelden op het moment van aankoop. Nieuwbouw, sloop en heropbouw, projectontwikkeling en verkoop onder btw hebben hun eigen regels. Die staan los van de werking van een bestaande VME.
Bij nieuwbouw ontstaat de VME meestal pas bij de verkoop en oplevering van de kavels. Ook daar is aandacht nodig voor de basisakte, de kostenverdeling, gemeenschappelijke installaties, voorlopige oplevering, waarborgen, syndicusaanstelling en de eerste algemene vergadering. Maar voor bestaande VME's blijft de belangrijkste conclusie dezelfde: hun grootste hefboom ligt niet in nieuwbouwsteun, maar in het verstandig onderhouden en renoveren van het bestaande gebouw.
Wat moeten mede-eigenaars nu doen?
Mede-eigenaars hoeven niet te wachten op nieuwe fiscale maatregelen. Zij kunnen vandaag al nagaan hoe hun VME ervoor staat. Stel uzelf de juiste vragen:
- Is er een actueel zicht op dak, gevel, lift, leidingen, verwarming, ventilatie en brandveiligheid?
- Is het reservekapitaal voldoende?
- Zijn er energetische zwaktes die later voor problemen kunnen zorgen?
- Zijn premies onderzocht?
- Zijn de documenten goed bewaard?
- Worden grote werken tijdig geagendeerd?
Een VME die die vragen ernstig neemt, staat sterker dan een gebouw dat alleen reageert wanneer iets defect is.
Wat moeten VME's onthouden?
Het uitblijven van extra fiscale steun voor nieuwbouw verandert juridisch niets aan de werking van een bestaande VME. Maar het bevestigt wel een bredere realiteit: de bestaande woningvoorraad wordt belangrijker, en appartementsgebouwen zullen hun kwaliteit steeds meer moeten bewijzen via onderhoud, energieprestatie en professioneel beheer.
Voor mede-eigenaars is de boodschap duidelijk. Een bestaand appartement blijft aantrekkelijk wanneer het gebouw mee evolueert. Dat vraagt geen paniek, maar wel voorbereiding: duidelijke documenten, een realistisch reservekapitaal, een renovatieplanning en een algemene vergadering die noodzakelijke beslissingen niet blijft uitstellen. Een sterke VME hoeft niet te wachten op fiscale voordelen voor nieuwbouw: ze kan vandaag al beginnen met het beter beheren van wat er staat.
Veelgestelde vragen
- Is er nu wel of geen fiscaal voordeel voor nieuwbouw in Vlaanderen?
- Er is voorlopig geen bijkomende Vlaamse fiscale stimulans aangekondigd die nieuwbouw een extra voordeel geeft tegenover bestaande woningen. Dat betekent niet dat alle steun verdwijnt: federale regelingen zoals het verlaagd btw-tarief voor sloop en heropbouw bestaan onder bepaalde voorwaarden nog. Het signaal voor Vlaanderen blijft echter dat de aandacht ligt op renovatie en de kwaliteit van de bestaande voorraad.
- Verandert er juridisch iets aan de werking van een bestaande VME?
- Nee. Het uitblijven van extra fiscale steun voor nieuwbouw verandert niets aan de werking van een bestaande VME. Die blijft geregeld door het Burgerlijk Wetboek, de basisakte, het reglement van mede-eigendom, het reglement van interne orde en de beslissingen van de algemene vergadering. Wel bevestigt het dat de grootste hefboom voor bestaande gebouwen bij renovatie en goed beheer ligt.
- Lossen premies zoals Mijn VerbouwPremie het renovatieprobleem van een VME op?
- Niet vanzelf. Mijn VerbouwPremie kan relevant zijn voor appartementen en gemeenschappelijke werken, maar vraagt correcte facturen, technische voorwaarden, timing, bewijsstukken en een duidelijke verdeling tussen privatief en gemeenschappelijk. Voor werken aan gemeenschappelijke delen moet de algemene vergadering eerst beslissen. Een premie vervangt geen reservekapitaal en geen renovatieplanning.
- Waarom kan een mede-eigenaar de renovatieverplichting niet altijd zelf uitvoeren?
- Omdat veel energetische verbeteringen aan gemeenschappelijke delen raken. De renovatieverplichting (EPC E of F naar minstens D na aankoop) rust op de eigenaar, maar dak, gevel, collectieve verwarming, ventilatie of bepaalde ramen kunnen niet door één mede-eigenaar alleen worden beslist. Daarvoor is een beslissing van de algemene vergadering met de juiste meerderheid nodig, wat tijdige planning des te belangrijker maakt.
- Houdt een bestaand appartement zijn waarde nu nieuwbouw geen extra duw krijgt?
- Dat kan, maar alleen als het gebouw goed beheerd wordt. Kopers kijken naar energieprestatie, maandelijkse kosten, geplande werken en de financiële gezondheid van de VME. Een ouder appartement in een goed beheerde mede-eigendom met duidelijke notulen, een realistisch reservekapitaal en een haalbare meerjarenplanning wekt meer vertrouwen dan een goedkoper appartement met een onduidelijk renovatiedossier.
Deel dit artikel
Vond je dit nuttig? Deel het met je VME, mede-eigenaars, vrienden of familie.
Gerelateerde artikelen
Fraude bij SVK Sint-Joost: wat betekent dit voor VME en syndicus?
De berichtgeving over vermoedelijke fraude bij het sociaal verhuurkantoor in Sint-Joost-ten-Node zorgt voor ongerustheid bij eigenaars, mede-eigenaars en syndici. Zeker in appartementsgebouwen waar één of meerdere appartementen via een sociaal verhuurkantoor worden verhuurd,…
Vastgoedsector kroont minister Eléonore Simonet tot Vastgoedambassadeur 2026
CIB riep minister Eléonore Simonet uit tot Vastgoedambassadeur 2026. Het is een sectorale erkenning, geen nieuwe wet: voor VME's, mede-eigenaars en syndici verandert er juridisch niets. We leggen uit wat dit wél en niet betekent.
Akoestisch label bij de verkoop van appartementen: waarom het steeds belangrijker wordt
Er bestaat vandaag geen verplicht akoestisch label bij de verkoop van een appartement, maar akoestiek wordt wel steeds belangrijker. We leggen uit wat de norm NBN S01-400-1 betekent, wanneer geluidshinder een verborgen gebrek kan zijn en hoe een VME zich het best voorbereidt.