Naar de inhoud
VME Wijzer
Renovatie en energieActualiteitVlaanderenLeestijd 7 minuten

Mijn VerbouwPremie voor verhuurders: plannen voor 2027 en VME’s

De Vlaamse Regering wil Mijn VerbouwPremie in 2027 uitbreiden voor verhuurders die betaalbaar of sociaal verhuren. Voor VME’s is vooral de mogelijke aanvullende steun voor gemeenschappelijke renovaties relevant. De regels zijn nog niet definitief.

De Vlaamse Regering wil Mijn VerbouwPremie uitbreiden voor verhuurders die betaalbaar of sociaal verhuren. Voor een VME is dat meer dan een wijziging aan een individueel huurcontract. Bij de renovatie van een gemeenschappelijk dak, een buitengevel of gemeenschappelijke beglazing kan de nieuwe regeling ook de uiteindelijke kost voor bepaalde verhuurders-mede-eigenaars beïnvloeden.

Dat kan renovaties financieel haalbaarder maken. De VME mag de aangekondigde steun vandaag echter nog niet als verworven beschouwen. Dit artikel gaat uitsluitend over gebouwen in het Vlaamse Gewest. In Brussel en Wallonië gelden andere premiestelsels.

Stand van zaken op 25 augustus 2026

De Vlaamse Regering gaf op 17 juli 2026 een eerste principiële goedkeuring aan een ontwerpbesluit. De regeringsbeslissing en bijbehorende ontwerpdocumenten bevatten de geplande premiepercentages en voorwaarden.

De regeling is nog niet definitief. Volgens de officiële stand van zaken van Wonen in Vlaanderen volgen nog adviezen en een definitieve goedkeuring. Voor de financiering uit het Sociaal Klimaatfonds is ook nog een Europese beslissing nodig.

De ontwerpstukken rekenen met premieaanvragen vanaf 1 januari 2027 tot en met 31 december 2031. Toch is 1 januari 2027 geen gegarandeerde startdatum. De bevoegde minister moet de inwerkingtreding nog bepalen. Ook de nodige aanpassingen aan het digitale loket spelen daarbij een rol. De centrale pagina over Mijn VerbouwPremie vermeldt daarom voorlopig alleen dat de start in 2027 is voorzien.

De nieuwe premie kan dus nog niet worden aangevraagd. De informatie hieronder is beleidsduiding op basis van het ontwerp, geen individueel juridisch of financieel advies.

Wat wil de Vlaamse Regering wijzigen?

Private verhuur met een begrensde huurprijs

Private verhuurders die aan de nieuwe voorwaarden voldoen, zouden voor alle werken van inkomenscategorie 3 een premie kunnen krijgen. Het ontwerp hanteert maximaal 35% van het in aanmerking komende factuurbedrag exclusief btw, binnen de maximumbedragen van de betrokken werkcategorie.

De belangrijkste ontwerpvoorwaarden zijn:

  • De woning wordt vanaf de aanvraagdatum minstens drie jaar verhuurd als hoofdverblijfplaats.
  • De huurprijs mag niet hoger zijn dan het gemiddelde van de vork uit de Vlaamse Huurschatter.
  • De parameters van de Huurschatter worden bij de huurovereenkomst gevoegd en door huurder en verhuurder ondertekend.
  • De huurprijs moet tegelijk onder een absolute, geïndexeerde bovengrens blijven.
  • De verhuurder beschikt op de aanvraagdatum over een geldig conformiteitsattest.
  • De huurovereenkomst of een afzonderlijke overeenkomst bevat de vereiste informatie over de verwerking van persoonsgegevens.
  • Het huurcontract wordt bij de premieaanvraag gevoegd.

Voor de absolute huurgrens verwijst het ontwerp naar bedragen uit de regeling van Mijn VerbouwLening voor private verhuurders. In 2026 zijn dat 1.016,53 euro per maand en 1.129,48 euro in gemeenten met een hogere huurprijsbegrenzing.

Die bedragen zijn alleen een referentie voor 2026. De grens wordt geïndexeerd. Een verhuurder moet dus het bedrag controleren dat geldt op de latere aanvraagdatum.

Anders dan bij Mijn VerbouwLening zou voor deze nieuwe premieweg geen afzonderlijke maandelijkse korting op de huurprijs vereist zijn. De huurprijs zelf moet wel binnen beide grenzen blijven. Als de voorwaarden binnen drie jaar vanaf de aanvraag niet meer worden nageleefd, kan volgens het ontwerp een terugvordering volgen.

Verhuur aan een woonmaatschappij

Een eigenaar die een woning of appartement minstens negen jaar aan een woonmaatschappij verhuurt met het oog op sociale doorverhuring, krijgt vandaag de premiepercentages van inkomenscategorie 4.

Het ontwerp verhoogt het premiepercentage van 50% naar 60%. Het gaat dus om tien procentpunten extra, niet om 10% van het bestaande premiebedrag. Ook de maximale premiebedragen per werkcategorie zouden overeenkomstig stijgen.

Wat betekent dit voor gemeenschappelijke delen?

De mogelijke uitbreiding is voor VME’s vooral relevant omdat een verhuurder van een appartement niet alleen investeert in de privatieve delen. Via zijn aandeel draagt hij ook bij aan werken aan het dak, de buitenmuren, gemeenschappelijke ramen en deuren of bepaalde voorbereidende werken.

De huidige regeling voor gemeenschappelijke delen werkt in twee stappen:

  1. De VME of een andere investeerder vraagt een basispremie aan voor het volledige appartementsgebouw.
  2. Eigenaars die tot een toegelaten doelgroep behoren, kunnen daarna een aanvullende premie aanvragen voor hun proportionele aandeel in de werken.

Momenteel staat die aanvullende premie onder meer open voor eigenaars-bewoners uit inkomenscategorie 3 en 4 en voor verhuurders aan een woonmaatschappij. De ontwerpnota bepaalt dat de premieberekening voor verhuurders van appartementen op dezelfde manier zou gebeuren.

Dat betekent niet dat de volledige VME automatisch 35% of 60% van de totale renovatiefactuur ontvangt. De basispremie blijft gekoppeld aan het gebouw. Het aanvullende voordeel wordt berekend voor de individuele verhuurder en zijn aandeel in de gemeenschappelijke werken.

Een voorbeeld maakt dat onderscheid duidelijk. Een VME met twaalf appartementen vernieuwt en isoleert het gemeenschappelijke dak. De VME vraagt de basispremie voor het volledige dak aan. Als de nieuwe regels definitief worden, kan een private verhuurder die aan de huurvoorwaarden voldoet mogelijk een aanvullende premie vragen voor zijn aandeel. Een andere mede-eigenaar die niet tot een toegelaten doelgroep behoort, krijgt die individuele aanvulling niet.

De ontwerpteksten wijzen dus op een uitbreiding van de bestaande tweestappenstructuur. De definitieve aanvraagprocedure, documenten en digitale verwerking voor private verhuurders zijn evenwel nog niet gepubliceerd.

Gevolgen voor renovatiebudget en besluitvorming

Een VME doet er goed aan drie geldstromen van elkaar te onderscheiden:

  • de totale aannemingskost van de gemeenschappelijke werken;
  • de basispremie die voor het appartementsgebouw wordt aangevraagd;
  • eventuele aanvullende premies van individuele mede-eigenaars.

Neem een aangekondigde individuele premie niet vooraf op als zekere ontvangst van de VME. Ze wijzigt ook niet automatisch de verdeelsleutel voor de gemeenschappelijke kosten. Het concrete premiedossier, een eventuele Mijn VerbouwLening en de afspraken binnen de VME moeten afzonderlijk worden nagekeken.

Onder de huidige aanvraagprocedure vraagt de VME de basispremie pas aan na de uitvoering en facturatie van de werken. Per categorie van gemeenschappelijke werken is een afzonderlijke aanvraag nodig. De individuele aanvullende aanvraag wordt daarna gekoppeld aan het basisdossier.

Het is nog niet zeker dat elk procedureonderdeel in 2027 ongewijzigd blijft. De VME moet daarom geen werken kunstmatig uitstellen of versnellen op basis van een ontwerpregeling. Dringende instandhoudingswerken, veiligheidswerken en reeds besliste renovaties moeten op hun eigen technische en financiële noodzaak worden beoordeeld.

Welke onzekerheden blijven bestaan?

De definitieve regeling kan nog afwijken op het vlak van:

  • de precieze startdatum;
  • de geïndexeerde huurprijsgrenzen voor 2027;
  • de bewijsstukken en modelclausules;
  • de behandeling van bestaande huurcontracten en huurderswissels;
  • de aanvraagprocedure voor gemeenschappelijke delen;
  • de definitieve premiebedragen en beschikbare budgetten.

Het ontwerp bevat ook een cumulverbod voor woningen waarvoor steun binnen budgethuren of geconventioneerde verhuur werd verkregen. Een verhuurder in zo’n project mag dus niet aannemen dat beide steunvormen voor dezelfde premiewoning combineerbaar zullen zijn.

Wat de VME nu best doet

Voor de syndicus en de algemene vergadering

  1. Maak per renovatieproject een overzicht van de werkcategorieën, facturatietiming en aandelen van de kavels.
  2. Begroot de werken minstens volgens een scenario zonder de nieuwe individuele premies.
  3. Hou de basispremie van de VME apart van mogelijke aanvullende steun voor mede-eigenaars.
  4. Controleer of de VME correct in de KBO is geregistreerd en of de aanvrager toegang heeft tot Mijn VerbouwLoket.
  5. Voorzie een attest of ander bewijs waarmee eigenaars later hun proportionele aandeel kunnen aantonen.
  6. Vraag alleen de strikt noodzakelijke informatie over het gebruik van appartementen. Huurcontracten en gegevens van huurders behoren in beginsel tot het individuele premiedossier van de verhuurder.

Voor de verhuurder-mede-eigenaar

  1. Controleer tijdig of het verhuurde appartement over een geldig conformiteitsattest beschikt.
  2. Bewaar de berekening en parameters van de Huurschatter.
  3. Vergelijk de huurprijs met beide grenzen die op de aanvraagdatum zullen gelden.
  4. Laat een bestaand contract of addendum controleren voordat u nieuwe premievoorwaarden opneemt.
  5. Hou rekening met een nalevingsperiode van minstens drie jaar en een mogelijke terugvordering.
  6. Controleer afzonderlijk de gevolgen van een lopende Mijn VerbouwLening of deelname aan budgethuren.

Zet op de eerstvolgende algemene vergadering drie concrete beslispunten: het renovatiebudget zonder onzekere premie, het mandaat voor de basisaanvraag en een verplichte hercontrole zodra het definitieve besluit en de officiële startdatum zijn gepubliceerd.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Kan een private verhuurder de nieuwe premie van 35% al aanvragen?
Nee. Op 25 augustus 2026 is de uitbreiding alleen principieel goedgekeurd. De nieuwe aanvraagroute is nog niet actief. Tot de definitieve goedkeuring en officiële start gelden de bestaande voorwaarden van Mijn VerbouwPremie.
Is 1 januari 2027 zeker als startdatum?
Nee. De ontwerpstukken rekenen met aanvragen vanaf 1 januari 2027, maar laten de eigenlijke inwerkingtreding afhangen van verdere goedkeuringen, machtigingen en ICT-aanpassingen. De Vlaamse overheid spreekt daarom voorlopig alleen over een start in 2027.
Kan een private verhuurder in 2027 een aanvullende premie krijgen voor het gemeenschappelijke dak van een appartementsgebouw?
Dat is de bedoeling van het ontwerp, als de verhuurder aan alle voorwaarden voldoet. De VME of andere investeerder zou eerst de basispremie voor het volledige dak moeten aanvragen. De precieze aanvraagprocedure en berekening voor private verhuurders moeten nog definitief worden vastgelegd.
Moet de huurovereenkomst zelf een looptijd van exact drie jaar hebben?
Het ontwerp vereist vooral dat de woning vanaf de aanvraagdatum minstens drie jaar volgens de premievoorwaarden wordt verhuurd. Hoe een bestaande huurovereenkomst, verlenging of addendum dat precies moet aantonen, moet blijken uit de definitieve regels en aanvraagdocumenten.
Welk conformiteitsattest is nodig bij een verhuurd appartement?
Het ontwerp vereist een geldig conformiteitsattest voor de premiewoning op de aanvraagdatum. Bij een appartement moet de verhuurder voor de betrokken wooneenheid controleren welk attest vereist is. Een document van de VME vervangt niet automatisch het individuele dossier van de verhuurder.
Kan de premie worden teruggevorderd als de verhuurvoorwaarden veranderen?
Ja, het ontwerp voorziet een mogelijke terugvordering als binnen drie jaar vanaf de aanvraagdatum niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan. Denk aan de huurprijs, de hoofdverblijfplaats of de vereiste verhuurperiode. De definitieve tekst moet uitwijzen hoe uitzonderingen en huurderswissels worden behandeld.

Deel dit artikel

Vond je dit nuttig? Deel het met je VME, mede-eigenaars, vrienden of familie.

Gerelateerde artikelen